6 euro inkom
6 euro inkom
Voor kinderen vanaf 2j t.e.m. 12j
Gratis wifi
Gratis wifi
Vraag de code aan de kassa
OPEN : 13U-18U
Vandaag OPEN : 13U-18U
Morgen OPEN : 12U-19U
Print De Wonderlamp

De Wonderlamp

Als prinses Laila lacht, gaat de zon voor haar schijnen, bloemen bloeien en de pauw toont trots zijn staart. Alle mannen in Geobs zijn verliefd op haar, maar het allermeest Osman en Izmir, tweelingbroers. Als Laila lacht, worden ze rood tot achter hun oren, ze kijken verlegen naar hun schuifelende voeten en hun buik voelt als warme gesmolten chocolade.

Als ze bij de prinses zijn, spreken ze zacht en vriendelijk, ook tegen elkaar, maar thuis schreeuwen ze en maken ze ruzie.

‘Ik mag met Laila trouwen, ik ben de knapste!’
‘Nee, ik! Ik ben de slimste!’
‘Ik kan het beste tekenen’
‘Ik bak de lekkerste taarten!’
En zo gaat het maar door.

Osman laat in zijn tuin drie rode rozen groeien. Elke dag geeft hij de bloemen water en dan vertelt hij over de schoonheid van de prinses. Op een dag knipt hij de mooiste bloem af en schenkt die aan Laila met een buiging van het hoofd. De prinses bekijkt de bloem aandachtig. Plotseling komt er een grote lach op haar gezicht, als ze een lieveheersbeestje ontdekt aan de onderkant van een blad. Als Izmir ziet hoe de prinses de roos dicht bij haar oh zo mooie neus houdt en glimlacht naar Osman, barst hij van jaloezie.

Die nacht klimt Izmir over de muren van alle tuinen in de stad en overal plukt hij de mooiste rozen af, tot hij een bos heeft die hij bijna niet kan dragen. De volgende dag geeft hij het boeket aan Laila. Ze weet niet waar ze moet kijken, zo veel kleuren zijn het. En ze weet niet aan welke bloem ze moet ruiken, zo veel geuren zijn het. Als ze zich vooroverbuigt naar een gele roos, komt er plotseling een bij tevoorschijn en steekt haar in haar neus.

‘Auw!’ roept de prinses geschrokken en trekt zich terug in het paleis. Ze kan niet kiezen tussen de twee broers. Osman gaf haar één roos, met veel zorg en liefde gekweekt; Izmir stak niet zo veel tijd in het doen groeien van de bloemen, maar schonk haar wel een hele grote en kleurrijke bos. Laila besluit de broers een opdracht te geven.

Ze laat hen naar het paleis komen en zegt:
‘In een ver land over de zee is ergens in het zand op het strand een toverlamp verborgen. Als je over die lamp wrijft, komt er een geest tevoorschijn die drie wensen vervult. Wie mij de wonderlamp brengt, mag met mij trouwen.’

Daarop geeft Laila de broers ieder een kaart waarop staat waar ze het strand en de lamp kunnen vinden. Op de kaart staat deze spreuk:

Bouw een grote boot
Vaar over de woeste zee
Zet koers richting avondrood
En neem voor mij de wonderlamp mee
Wrijf over de lamp tot hij je verblindt
Ziedaar de geest die een oplossing voor al je problemen vindt

Nog nooit hebben Izmir en Osman zo hard gewerkt: in zes maanden timmeren ze beide een stevig schip.  Ze hijsen de zeilen, zetten koers richting waar de zon elke avond rood in de zee zakt en dan begint het avontuur. Ze vechten met piraten, doorstaan woeste stormen en vechten met verschrikkelijke monsters: Osman doodt een draak die vuur spuwt, Izmir overwint een reusachtige zeeslang die met zijn adem alles in ijs verandert.

De golven zijn zo hoog en gooien het schip zo wild van links naar rechts, dat de broers telkens bijna in het water vallen. Ze gedragen zich als echte helden.

Na zes maanden zijn ze aan de overkant van het water, waar de zon elke avond als een reusachtige rode bol in zee verdwijnt. Osman en Izmir beginnen als dolle honden in het zand te graven, op zoek naar de wonderlamp. Al snel zijn er twee hele diepe kuilen en daarnaast twee hele hoge bergen. Opeens ziet Izmir iets schitteren en warempel, daar is de wonderlamp die eruitziet als een gouden glimmende theekan.

‘Ik heb hem! Ik mag met de prinses trouwen!’ roept hij verheugd.
‘Wacht, ik kom kijken!’ roept Osman en klimt uit zijn kuil.

Maar dan is Izmir bang dat zijn broer met hem zal vechten om de lamp af te pakken. Hij wrijft erover en zie, daar perst een enorm grote geest zich door het tuitje naar buiten en vraagt aan Izmir wat zijn wens is.

‘Grote geest, verander mijn broer Osman in een trouwe hond!’

Izmir is nog niet uitgesproken of er klinkt een enorme donderslag. Osman is verdwenen en een mooie, grote zwarte hond komt de kuil in gerend en likt al kwispelend de hand van Izmir. Izmir lacht een nogal gemene lach, beveelt de geest zich terug te trekken in de lamp en vaart met lamp en hond terug naar huis aan de overkant van de zee, waar de zon opkomt als een reusachtige gele vuurbol.

Thuisgekomen geeft hij de lamp aan de prinses en als ze vraagt waar Osman is, liegt hij dat zijn schip is vergaan en dat hij is verdronken in zee. Laila vertrouwt het niet. Het valt haar op dat de zwarte hond telkens naar de tuin gaat en aan de rozen snuffelt. De prinses wrijft over de lamp en als de grote geest voor haar staat, vraagt ze hem om Osman terug te toveren. Er klinkt een luide knal. Weg is de zwarte hond, die daarnet nog naast haar zat, en Osman staat voor haar, terwijl hij met zijn hand een paar zwarte hondenharen van zijn broek slaat. Omdat Izmir heeft valsgespeeld en heeft gelogen, besluit de prinses om met Osman te trouwen en ze leven nog lang en gelukkig. Izmir heeft spijt van wat hij heeft gedaan en biedt aan om in de tuin van het paleis voor de rozen te zorgen. Nog nooit zag de paleistuin er zo mooi en kleurrijk uit. Osman en Laila besturen het land als een goed en wijs koningspaar.

Heeft Laila de derde wens ook gebruikt? Wenst ze geluk voor iedereen? Rijkdom voor alle mensen in het land? Een lieve vrouw voor Izmir? Of heeft de geest zich teruggetrokken in de gouden wonderlamp en wacht hij tot iemand hem wakker maakt om de derde wens in vervulling te laten gaan? Niemand weet het. Misschien Laila, maar weet iemand waar zij precies woont?

Stel je voor dat jij de wonderlamp zou vinden: je wrijft heel hard en zie, daar wurmt de geest zich door het tuitje naar buiten. Wat zou jij dan aan hem vragen?

Einde